Handwaterpomp

Het huis van mijn ouders werd tijdens de tweede wereldoorlog gebouwd. Dit gebeurde op een plek op het terrein van de fabriek waar mijn vader werkte. Naast het buitenzwembad van de gemeente Goor, was een pompstation van die fabriek. Het bestond uit een grote kelder met pompen en buizen en bovenop stond een gebouw. Dit laatste werd volledig afgebroken en er kwam een huis, naar ontwerp van mijn vader, weer bovenop. Het materiaal was schaars en de middelen beperkt. Toch verrees een alleraardigst huisje in de "middle of nowhere". Er was geen gas, geen waterleiding en geen riool. Gas was niet nodig, want electriciteit was er wel. Riool was ook niet nodig, er was een vernuftig systeem waarin alles verdween en op den duur door de aarde weer werd verzwolgen.

Zo zag het huis er uit begin jaren 60, toen de Amerikaanse eiken nog voor het huis stonden en de eerste graafwerkzaamheden voor de nieuwe wijk "De Whee" uitgevoerd werden.

Onderstaand, drie foto's van het uitzicht dat we hadden toen er nog geen huizen stonden. Achter de grote treurwilg ligt de Herikerberg.

Het paadje op de voorgrond liep naar de pompinstallaties van de Kon. Twentsche Stoomblekerij. Nu de toegang tot de Hiltjesdamweide.

Tussen de eiken door de eerste funderingswerkzaamheden van de Whee.

Op de voorgrond de zandweg, de Wheedijk, nu Gruttostraat.

Tegenwoordig ziet het er nog zo uit, zo hier en daar wat verzakt, maar nog steeds bewoonbaar.

De achterkant, met boven een slaapkamerraam waar mijn zus en ik uitklommen en dan op het dak gingen zitten.

Op onderstaand foto, middenachter, het pomphuis in originele staat, omstreeks 1941.

De middelste van de drie dames is een oudtante van me, een zeer oude foto dus.

De steile trap naar de kelder, waarin ik opgesloten werd, wanneer ik de huisregels overtreden had. Ik dacht dan dat deur op slot zat, maar dat was niet zo.

Een waterkraan met een doorsnee van ca. 80 centimeter, erfenis van het pomphuistijdperk.

Op bovenstaande foto, een waterleiding, ook van redelijke afmetingen.

Achter de deur met dit bord, was de spanningsvoorziening van het pompstation.

Verdeelkast met voedingskabel en hoofdschakelaar. Rechtsboven de zelfde voedingskabel, waar hij in de bodem verdwijnt.

Aan de pafondbalken te zien, hebben op de beganegrond ook zware pompjes gestaan, degelijk werk in elk geval. Onder links, de huidige watertoevoer, niet echt indrukwekkend.

Ook een bezienswaardigheid, de stortbak van net voor de tweede wereldoorlog. Nog steeds in bedrijf.

Terug naar het water, dat moest met de hand naar een tank boven op zolder gepompt worden. Daarvoor kwam ongeveer twee tot drie keer in de week een mannetje van de fabriek, die ook onze tuin bewerkte en andere hand- en spandiensten verrichte, om een uurtje te gaan zwengelen aan de handwaterpomp.

 

Dit is het geval, de zwengel zat vroeger naar beneden, maar omdat hij niet meer gebruikt wordt, was het praktischer de zaak om te draaien..

Het is een pomp met twee zuigers, die om de beurt omhoog en omlaag gaan.

Deze meter was al een latere, luxe, aanwinst. In het begin moest de pompbediende steeds buiten naar het dak kijken of de overloop van de watertank al liep. Met deze meter hoefde dat niet meer. Hierna werd de handpomp opgevolgd door een elektrische pomp, die zo hard pompte, dat zelfs de indikatie van de meter soms te traag was en het water over het reservoir liep en door het plafond van de slaapkamer naar beneden kwam. Helaas zijn van deze situtie nooit foto's gemaakt.