De golfmeter GM3121,
gefabriceerd ca. 1954, de meer gangbare benaming voor zo'n apparaat luidt "Grid-dipper".
Voor dit instrument dekt dat niet de gehele lading, want de GM3121 kan nog meer.
Volgens de bijbehorende handleiding:
1. Het meten van
frequenties tussen 2,5 en 260 MHz.
2. Het leveren van een gemoduleerde of ongemoduleerde H.F. energie in het frequentiegebied
van 2,5 tot 250 MHz.
3. Het bepalen van de resonantiefrequentie van een willekeurige, afgestemde
kring met als absorptiegolfmeter geschakelde golfmeter in bovengenoemd frequentiegebied.
4. Het meten van zelfinductie.
5. Het meten van een capaciteit.
6. Het afregelen van H.F. kringen.
7. Het opsporen van de elementen die verantwoordelijk zijn voor de ongewenste
oscillaties in de kortegolfapparatuur, TV-ontvangers enz.
8. Het meten van de eigenfrequentie van een afgestemde antenne enz.
Het instrument in gesloten toestand.

Hier is de deksel van de dipper verwijderd en een spoel in de houder gestoken.

De deksel met de spoelen, in gesloten toestand worden de spoelen omlaag gekanteld.
Er staan 7 spoelen ter bescikking:
1: 2,5 ----- 5
Mhz
2: 5 ------- 9,5 Mhz
3: 9,5 ----- 18Mhz
4: 18 ----- 34 Mhz
5: 34 ----- 67 Mhz
6: 67 ---- 130 Mhz
7: 130 --- 260 Mhz
de maximale afwijking van de ingestelde frequentie is 2% !!!!

De afstemknop met bijbehorende schalen.

Het binnenwerk
met de ECC85 en de neonbuis 4662 ( neonbuis werd in 1936 al gefabriceerd)
De bouwwijze is uitermate compact.

Zicht op de andere zijde. Het apparaat is geschikt voor zowel 220 als 110 Volt.

De achterzijde met het type-plaatje.

Voorblad van de gebruiksaanwijzing.


Het inwendige.

De verkorte gebruiksaanwijzing.